Overslaan en naar de inhoud gaan
29 juni 2026

Nieuwe inzichten in overprikkeling na hersenletsel

Overprikkeling komt veel voor bij mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH), maar is vaak lastig te herkennen en behandelen. Binnen het promotieonderzoek van Jasmijn Heijman wordt gewerkt aan meer inzicht in de onderliggende oorzaken van met name visuele overprikkeling. Een nieuwe folder, ontwikkeld door onderzoekers en zorgprofessionals, vertaalt de meest recente (wetenschappelijke) inzichten naar praktische handvatten voor zorgprofessionals in de praktijk.

Overprikkeling: veelvoorkomend en complex

Na hersenletsel kunnen mensen gevoeliger worden voor zintuigelijke prikkels zoals licht of geluid. Hierdoor worden dagelijkse handelingen als beeldschermgebruik, boodschappen doen of op visite gaan een stuk moeilijker. Overprikkeling is vaak niet zichtbaar voor anderen, maar heeft grote impact op het dagelijks functioneren.

Uit onderzoek blijkt dat overprikkeling geen eenduidige klacht is. Mensen ervaren het verschillend, de impact wisselt per persoon en de oorzaken lopen uiteen. Dit maakt het een uitdaging om tot één standaardbehandeling te komen.

Disbalans tussen prikkels en verwerking

Een belangrijke uitkomst uit zowel de literatuurstudie als de daaropvolgende onderzoeken is dat overprikkeling lijkt te ontstaan door een disbalans tussen:

  • Prikkels uit de omgeving (zoals hoeveelheid, intensiteit en context), en;
  • De capaciteit van het brein om deze prikkels te verwerken

Hersenletsel kan deze capaciteit beïnvloeden, bijvoorbeeld door veranderingen in cognitieve factoren als aandacht, verwerkingssnelheid of de samenwerking van zintuigen (multisensorische integratie). Ook psychologische factoren zoals stress en coping blijken van invloed. Daarnaast lijkt vermoeidheid een rol te spelen binnen overprikkelingsklachten. 

Bovendien kan er een vicieuze cirkel ontstaan. Hoewel de disbalans de ervaring van overprikkeling tot gevolg kan hebben, kan overprikkeling op zichzelf ook een impact hebben op de (al beperktere) capaciteit.

Onderzoek naar onderliggende mechanismen

Het promotieonderzoek van Jasmijn Heijman richt zich specifiek op het beter begrijpen van deze onderliggende mechanismen. Het bestaat uit meerdere studies:

  • Een literatuurstudie naar bestaande kennis over overprikkeling.
  • Drie studies naar mogelijke onderliggende factoren, zoals: multisensorische integratie, visuele aandacht, informatieverwerkingssnelheid, stress, vermoeidheid en coping.
  • Een casusstudie over een interventie bij een persoon met overprikkelingsklachten.

Het promotietraject loopt naar verwachting tot voorjaar 2027 en levert belangrijke bouwstenen voor betere diagnostiek en behandeling van overprikkeling.

 Deze studie is reeds gepubliceerd, is het wat om die erbij te zetten? De folder is grotendeels gebaseerd op dit paper en op ervaringen uit de praktijk van zorgprofessionals

Nog geen standaardbehandeling, wel aanknopingspunten

Er bestaat nog geen specifiek bewezen behandeling voor overprikkeling na NAH. Wel laat het onderzoek zien dat er meerdere aangrijpingspunten zijn voor ondersteuning, afhankelijk van de onderliggende factoren.

In de praktijk betekent dit:

  • Eerst goed in kaart brengen welke factoren bij iemand een rol spelen
  • Daarna een behandeling op maat inzetten, op basis van wat er mogelijk is

Belang voor de praktijk

Bij de partnerorganisaties van Kennis Over Zien, zoals Bartiméus en Visio, melden zich regelmatig mensen met visuele overprikkelingsklachten, terwijl er ogenschijnlijk geen problemen zijn met de ogen zelf. De vraag vanuit de praktijk – wat is overprikkeling en wat kunnen we eraan doen? – vormde de aanleiding voor dit onderzoek.

Belangrijkste tussentijdse boodschap

De belangrijkste boodschap uit de (tussen)resultaten is dat overprikkeling een heterogene klacht is die vraagt om een individuele aanpak. Dat betekent dat er niet één oplossing is, maar dat gerichte analyse en maatwerk essentieel zijn.

Meer weten?

De nieuwe folder biedt een toegankelijk overzicht van de huidige kennis en praktische adviezen voor zorgprofessionals. 

Heb je vragen over dit artikel?

Neem contact met ons op.