Overslaan en naar de inhoud gaan

Dementie herkennen bij mensen met een visuele en verstandelijke beperking

Hoe herken je dementie bij iemand met een visuele en verstandelijke beperking? Dat is niet altijd eenvoudig. Veranderingen door dementie kunnen lijken op de gevolgen van een bestaande visuele beperking of deze versterken. In dit artikel lees je welke veranderingen in het zien en gedrag kunnen optreden en welke signalen kunnen wijzen op dementie.

Mensen met dementie krijgen vaak problemen met het verwerken van visuele informatie. We zien namelijk niet alleen met onze ogen, maar ook met onze hersenen. Als dementie de hersenen aantast, kan dat invloed hebben op het zien en de visuele waarneming. 

Bij mensen met een visuele en verstandelijke beperking zijn deze veranderingen niet altijd gemakkelijk te herkennen. Zij kunnen vaak minder goed aangeven wat zij zien of waar zij moeite mee hebben. Daarnaast kan een bestaande visuele beperking door de dementie meer op de voorgrond komen te staan. Iemand is dan minder goed in staat om zijn of haar visuele beperking te compenseren.

Veranderingen in het zien

Door dementie kunnen veranderingen ontstaan in het zien. Welke veranderingen optreden, hangt onder andere af van het deel van de hersenen dat is aangetast.

Mogelijke veranderingen zijn:

  • Moeite met het inschatten van afstand en diepte. Iemand kan daardoor bijvoorbeeld onzeker of angstig worden bij donkere vloeren, trappen of kleurverschillen in de ondergrond, naast een voorwerp grijpen of vaker struikelen of vallen.  
  • Moeite met het richten van de visuele aandacht. Iemand staart bijvoorbeeld vaker naar mensen of voorwerpen, schrikt sneller doordat de omgeving minder goed wordt opgemerkt of heeft minder belangstelling voor activiteiten waarbij goed kijken nodig is, zoals puzzelen.  
  • Problemen met het herkennen van mensen of voorwerpen. Iemand herkent bijvoorbeeld een kopje niet meer of weet niet meer hoe een koffieapparaat gebruikt moet worden.
  • Moeite met het inschatten van de plek waarop iets zich bevindt. Hierdoor kunnen alledaagse handelingen, zoals een lepel in een kopje doen of een bal vangen, moeilijker worden. 
  • Een kleiner gezichtsveld. Iemand merkt voorwerpen of mensen later op, draait het hoofd mee om beter te kunnen kijken of ziet slechts een deel van wat er op het bord ligt. 
  • Wazig zien, ondanks een goed aangemeten bril. Activiteiten waarbij nauwkeurig gekeken moet worden, zoals borduren of mozaïeken, lukken dan minder goed. Ook kan iemand dichter op voorwerpen gaan zitten of onzeker worden tijdens het lopen.  
  • Dubbelzien. Hierdoor kan iemand naast voorwerpen grijpen of aangeven dat er meerdere voorwerpen zijn.  
  • Kleuren minder goed herkennen. Iemand combineert bijvoorbeeld kledingstukken die qua kleur niet bij elkaar passen.  
  • Visuele hallucinaties. Iemand ziet dan mensen, dieren of voorwerpen die er in werkelijkheid niet zijn.

Zo kan iemand die voorheen zelfstandig koffie zette, ineens niet meer weten hoe het koffieapparaat werkt. Ook kan iemand stoppen met puzzelen of handwerken, terwijl dat eerder favoriete bezigheden waren.  

Door deze veranderingen worden problemen soms ten onrechte toegeschreven aan onhandigheid of gebrek aan motivatie, terwijl de oorzaak ligt in veranderingen in de visuele informatieverwerking.

Veranderingen in gedrag

Dementie kan ook leiden tot veranderingen in gedrag. Die veranderingen ontstaan niet alleen door geheugenproblemen, maar ook doordat iemand de omgeving minder goed begrijpt of ziet. Dit kan onzekerheid, frustratie of angst veroorzaken. 

Je kunt bijvoorbeeld merken dat iemand: 

  • sneller geïrriteerd raakt of conflicten krijgt met mensen in de omgeving 
  • vaker in de buurt van vertrouwde begeleiders wil zijn 
  • werk, dagbesteding of dagelijkse taken langzamer uitvoert of daarbij meer ondersteuning nodig heeft 
  • activiteiten of sociale situaties gaat vermijden omdat deze te druk of te ingewikkeld worden 
  • minder belangstelling krijgt voor activiteiten die eerder juist leuk waren 

Door het verlies van vaardigheden en begrip kan iemand ook somber worden of een depressie ontwikkelen. 

Door het verlies van vaardigheden en begrip kan iemand ook somber worden of een depressie ontwikkelen. 

Sommige mensen laten gedrag zien dat niet direct aan dementie doet denken, maar er wel mee samen kan hangen. Bijvoorbeeld:  

  • gillen of krijsen 
  • roepen 
  • spullen van anderen wegnemen 
  • anderen beschuldigen 
  • voortdurend aandacht vragen 
  • zich minder houden aan sociale omgangsregels 
  • niet meer willen meewerken 
  • nachtelijke onrust 
  • ronddwalen of zonder duidelijk doel rondlopen

Andere signalen van dementie

Naast veranderingen in zien en gedrag kunnen ook de volgende signalen wijzen op dementie:  

  • achteruitgang in zelfverzorging en andere dagelijkse vaardigheden 
  • woorden, zinnen of vragen regelmatig herhalen 
  • geheugenproblemen, vooral voor recente gebeurtenissen 
  • niet meer goed weten welke dag of welk moment van de dag het is 
  • stemmingswisselingen, prikkelbaarheid of rusteloosheid 
  • vermoeidheid of sufheid overdag 
  • moeite met handelingen, bewegen of een onzekere motoriek

Wanneer is verder onderzoek nodig?

Herken je meerdere van deze veranderingen of nemen de klachten geleidelijk toe? Dan is het belangrijk om verder onderzoek te laten doen. Veel signalen van dementie kunnen namelijk ook een andere oorzaak hebben, zoals een verandering van de visuele beperking, lichamelijke klachten, medicatie of psychische problemen. 

Een tijdige diagnose helpt om passende begeleiding en ondersteuning te bieden en de omgeving beter af te stemmen op wat iemand nodig heeft en nog kan.

Meer weten?

Wil je meer algemene informatie over dementie bij mensen met een visuele en verstandelijke beperking? Lees dan het artikel 'Dementie bij mensen met een visuele en verstandelijke beperking'. 

Bekijk voor meer informatie over dementie bij mensen met een verstandelijke beperking ook de website 'Verstandelijke beperking & dementie’. 

Voor artsen en gedragswetenschappers

Wil je meer weten over veranderingen in het visueel functioneren bij verschillende vormen van dementie en over andere mogelijke verklaringen voor visuele veranderingen? Lees dan het artikel 'Visuele veranderingen bij dementie: oorzaken en differentiaaldiagnostiek'. 

Geef je mening!