Overslaan en naar de inhoud gaan

Je weg vinden in een onbekende omgeving: 9 succesfactoren

Een onbekende omgeving kan spannend zijn als je slechtziend of blind bent. Toch zijn er veel mensen met een visuele beperking die op pad gaan naar plekken die ze niet kennen. Hoe pakken zij dat aan? In dit artikel lees je welke negen succesfactoren volgens ervaringsdeskundigen en mobiliteitstrainers het verschil kunnen maken.

9 succesfactoren:

Uit gesprekken met ervaringsdeskundigen en mobiliteitstrainers komen negen succesfactoren naar voren. Ze kunnen helpen om met meer vertrouwen een onbekende omgeving te verkennen. Welke succesfactoren belangrijk zijn, verschilt per persoon.

  1. Lef en vertrouwen
  2. Zelfkennis
  3. Oplossen en improviseren
  4. Sociale vaardigheden 
  5. Oriëntatie- en mobiliteitsvaardigheden 
  6. Zintuigen gebruiken
  7. Voorbereiding
  8. Technologie
  9. Netwerk

Dit artikel gaat dieper in op deze succesfactoren. Je krijgt tips, leest wat ervaringsdeskundigen hierover zeggen en waar je meer informatie kunt vinden.

Tip: maak gebruik van de navigatiekolom links van dit artikel om snel te navigeren naar verschillende succesfactoren.

Lef en vertrouwen

Wanneer je een visuele beperking hebt, ben je je er waarschijnlijk van bewust dat je hierdoor in lastige situaties kunt belanden in een onbekende omgeving. Maar lef en vertrouwen helpen om toch op pad te gaan. Wanneer je nieuwe dingen wilt ontdekken en nieuwsgierig bent naar de omgeving, zijn avontuur en uitdaging je motivatie. Nieuwe plekken geven energie. Ook met kleine stapjes kom je verder. Hoeveel risico je wilt nemen, kan per dag verschillen en is voor iedereen anders.

Tips

  • Lef en vertrouwen groeien door veel op pad te gaan in een onbekende omgeving.
  • Wat lijkt jou spannend bij het op pad gaan in een onbekende omgeving? Oefen juist dat.
  • Zorg dat je goed voorbereid op pad gaat.
  • Wijk eens een beetje af van een bekende route, zo breid je je routes uit.
  • Zoek naar balans tussen lef en veiligheid, lef met verstand. Leer risico’s inschatten en ermee omgaan.
  • Pas na elke reis een stukje zelfreflectie toe: wat ging goed, wat kon beter? Van je fouten leer je!
  • Wil je nog steviger in je schoenen staan, overweeg dan een mobiliteitstraining of weerbaarheidstraining.
‘Probeer het gewoon.’

‘Neem de tijd, wees nieuwsgierig en zet door.’

‘Natuurlijk zijn sommige stukken spannend, maar ik weiger om thuis te blijven zitten.’

Zelfkennis

Wanneer jij op pad gaat in een onbekende omgeving, heb je dan genoeg zelfkennis om je af te vragen: Is dit verstandig, of doe ik dit alleen om iets te bewijzen?

Tip

Het is belangrijk dat je weet wanneer een situatie te veel risico oplevert, wanneer je moet stoppen, moet teruggaan of hulp vraagt. Ken je eigen vaardigheden.

‘Ik vertrouw niemand in het verkeer en maak mijn eigen beslissing. Ik vermijd bepaalde oversteken die niet veilig voelen.’

Oplossen en improviseren

Wanneer je onderweg bent en er gebeurt iets onverwachts, is het van belang dat je kunt omgaan met spanning (denk aan je ademhaling), rust creëert en het probleem oplost. Je houding en je vaardigheden moeten goed zijn. Dit alles bij elkaar noemen we ook wel ‘pilotenvaardigheden’.

Tips

  • Zorg dat je altijd een plan B, C én D achter de hand hebt en snel kunt schakelen. 
  • Improviseer: wat kan wel? 
  • Het is goed als je durft door te gaan, maar ook terug durft te gaan. 
  • Stop af en toe, let op je ademhaling, scan de omgeving of raadpleeg de navigatie/routebeschrijving. Ofwel: neem een time‑out om het overzicht te herpakken. 
  • Durf hulp te vragen.
‘Wees niet bang. Al gaat het weleens mis, raak niet in paniek.’

Sociale vaardigheden

Sociale vaardigheden kunnen je helpen bij het vragen van hulp, het verzamelen van informatie en oplossen van probleemsituaties.

Hulp vragen
Durven hulp te vragen is essentieel bij zelfstandig reizen. Het kan voelen als onvermogen of afhankelijkheid, maar het geeft juist vrijheid en onafhankelijkheid en het scheelt energie. 

Het succes van hulp vragen zit onder andere in je houding, timing en de manier waarop. Als je opgewekt bent, leg je gemakkelijker contact dan wanneer je gefrustreerd bent. Het kan helpen een adempauze te nemen of een positieve gedachte op te roepen, voordat je hulp vraagt. Mensen hebben verschillende stijlen van hulp vragen en antwoord geven. Dit varieert van beleefd en uitvoerig tot kort en direct. 

Bedenk welke hulp je nodig hebt en hoe je die vraag het beste kunt stellen. Deel de route bijvoorbeeld in stukken. De kans is groot dat de route-instructies die je krijgt dan kort en duidelijk zijn. Je kunt ook specifiek vragen naar bijvoorbeeld het station of de Hema. Dit zorgt voor duidelijke antwoorden.

Online hulp vragen
Je kunt ook online hulp vragen aan bekenden. Via apps als Snapchat, Find My iPhone, Find My Friends of de locatietracker in WhatsApp kun je zien waar iemand is.

Tips

  • Misschien heb je wat aan de volgende voorbeeldvragen: 
    Pardon, mag ik u iets vragen? Hoeveel meter naar links? Klopt het dat…? Welk spoor is dit? Waar gaat deze trein naartoe?
  • Oefen met online hulp vragen.
  • Het kan handig zijn de controle te houden wanneer iemand je begeleidt, bijvoorbeeld door te blijven praten. Stel ook eens een vraag aan degene die jou begeleidt.
  • Probeer op een vriendelijke manier niet gewenste hulp af te wijzen.
  • Geef aan hoe je begeleid wilt worden (wel of geen arm bijvoorbeeld).
  • Wanneer je je sociale vaardigheden nog verder wilt verbeteren, kun je een assertiviteitscursus of weerbaarheidscursus overwegen.
‘Hoe vaker je het probeert, hoe beter de hulp die je krijgt.’

‘Schroom niet om mensen te benaderen.’

‘Wees niet bang om te vragen, maar houd de regie.’

Oriëntatie- en mobiliteitsvaardigheden

Oriëntatievaardigheden helpen om te bepalen waar je bent. Mobiliteitsvaardigheden helpen om ergens naartoe te gaan. Het is belangrijk dat je in een onbekende omgeving enigszins weet waar je bent en hoe je op een veilige manier bij je bestemming kunt komen.

Stok of geleidehond
Veel mensen met een visuele beperking gebruiken een herkenningsstok om mee over te steken en/of aan te geven dat ze niet goed zien. Een taststok gebruik je om de ondergrond en obstakels te voelen. Voor anderen brengt een geleidehond de uitkomst. Een geleidehond helpt obstakels te vermijden en de weg te vinden naar een zebrapad of stoep bijvoorbeeld. Dit kan veel vrijheid geven en energie besparen. Er zijn ook mensen die ervoor kiezen om te lopen met een taststok én een geleidehond.

Patronen herkennen
Bij het vinden van je weg in een onbekende omgeving, is het handig als je begrijpt dat er vaak een patroon zit in de opbouw van steden, woonwijken en het verkeer daarin. Probeer je omgeving te snappen en te interpreteren door eerdere ervaringen (je mentale kaart). Probeer logisch na te denken hoe iets werk, zoals liftknoppen en een deur of waar iets te vinden is, zoals reisinformatie bij bushaltes. Dat noemen we ‘conceptvorming’. 

Voorbeelden van patronen herkennen: 

  • Bij het vinden van de ingang van een gebouw, kan het volgende helpen: vaak zetten mensen hun fiets bij de ingang van een gebouw of in de fietsenstalling, ook die is vaak in de buurt van de ingang.
  • Vaak is er een overkapping bij de ingang van een groot gebouw. Hierbij kun je echolokalisatie gebruiken (je weg vinden op gehoor).
  • Als het drukker is op straat, kun je de mensenstroom volgen. Dit loopt vaak gemakkelijker dan het volgen van een gidslijn.
  • Geluiden van drukkere wegen kunnen helpen bij de oriëntatie en kun je volgen om richting te houden.
  • Bij een verkeersdrempel zie (of hoor) je dat auto’s langzamer rijden.
  • Wanneer er meerdere auto’s achter elkaar komen, daarna een tijdje niets en daarna weer een rijtje auto’s, is er waarschijnlijk een verkeerslicht in de buurt waar je kunt oversteken.
  • Bij oversteekplaatsen is de stoep meestal verlaagd voor mensen met een rollator, rolstoel of kinderwagen. Dit kan bevestigen dat je bij de oversteekplaats bent.
  • Bij een treinstation is spoor 1 altijd aan de centrumkant.
  • Het laagste huisnummer is het dichts bij het centrum.

Tips

Het vergroten van je oriëntatie- en mobiliteitsvaardigheden is onder meer afhankelijk van wat je (niet) ziet. Je kunt oefenen met:

  • Het vinden van een veilig oversteekpunt.
  • Inzicht krijgen in oversteeklogica.
  • Het schatten van afstand en snelheid van verkeer.
  • Het terugvinden van een bekend punt.
  • Luisteren, auditieve landmarks gebruiken, zoals het geluid van een kerktoren, echolokalisatie (waarnemen van de omgeving door te luisteren naar de echo’s van geluiden).
  • Je omgeving te snappen en interpreteren door eerdere ervaringen, dit noemen we het maken van ‘mentale kaarten’.
  • Samen lopend de omgeving verkennen.
  • Fietsen achter op de tandem; dit helpt om de omgeving en je mentale kaart te vergroten.
  • Navigatie-apps en/of routebeschrijvingen (zie ook Technologie).
  • Hulp vragen, vragen om bevestiging of begeleiding (zie ook Sociale vaardigheden).
  • Spanning onderdrukken, improviseren en doorzetten (zie ook Lef en vertrouwen).
  • Het kiezen van een alternatief: Valys, taxi, later tijdstip, andere route (zie ook Voorbereiden).
  • Zo vaak mogelijk op pad gaan en ervaringen op doen.
'Ik woon in de buurt van een spoorlijn. Het geluid van de trein geeft me altijd inzicht in de richting waarin ik loop.’

‘Ik werd gek van alle troep en fietsen op de stoep. Nu ik een geleidehond heb die mij hieromheen leidt, heb ik daar geen last meer van en durf ik meer.

Zintuigen gebruiken

Om je weg te vinden in een onbekende omgeving, is het belangrijk om al je zintuigen te gebruiken. Welke geluiden hoor je, zijn er echo’s, waar komt de wind vandaan? Hoe voelt de ondergrond? 

Restvisus
Mensen die nog enig zicht hebben, geven aan dat ze hun restvisus inzetten om de omgeving en visuele herkenningspunten te zien, ook vanwege snelheid. Restvisus kan helpen als gesproken aanwijzingen niet (duidelijk) doorkomen of er veel omgevingsgeluid is. Je kunt je visuele geheugen inzetten bij bijvoorbeeld oversteken. De breedte of kleur geeft aan hoe de weg is ingericht. Een roze/rode kleur op de weg is waarschijnlijk een fietspad. 

Overige zintuigen
Gehoor, tast en reuk bieden een alternatief voor zicht bij oriëntatie. Door meer te vertrouwen op een taststok, hoef je minder te kijken en dat bespaart energie. Is het nodig het navigatiescherm te zien of heb je genoeg aan het geluid? Langs een muur of onder een brug klinkt het geluid anders (echolokalisatie). Auditieve landmarks (opvallende hoorbare herkenningspunten) kunnen helpen bij oriëntatie, zoals het geluid van een kerkklok of verkeersruis. De geur van de bakker of viswinkel kan een aanknopingspunt zijn.

Tip

Met welke zintuigen compenseer jij het meest gemakkelijk en prettig? (restvisus/horen/voelen/ruiken)? Vind je het handig om met je voet een goot te volgen? Heb je iets aan echolokalisatie? (waarnemen van de omgeving door te luisteren naar de echo’s van geluiden). Probeer deze zintuigen nog meer te gebruiken.

‘Ik kan nog wat kleur onderscheiden, zo herken ik de juiste buslijn.’

‘Ik leun helemaal op mijn gehoor, gevoel en mentale kaart.’

‘Ik zie alleen contouren; stoepjes zijn lastig. Ik zet mijn tast en gehoor in.’

‘Zonder restvisus weet ik niet of ik nog zelfstandig kan reizen op onbekend terrein.’

‘Met mijn restvisus, stok en rateltikkers red ik het wel.’

Voorbereiding

Zelfstandig reizen in een onbekende omgeving kan veel energie en tijd kosten. Een goede voorbereiding helpt.

Tips

  • Maak een standaard reisplan met daarin: je doel, de route, overstappen, tijden, alternatieven, noodnummers en het telefoonnummer van het dool waar je naartoe gaat.
  • Je kunt vooraf informeren of er meer mensen die kant op gaan en vragen of je mee mag reizen/lopen.
  • Je kunt de route van tevoren bekijken via Google Street View of navigatie-apps of oefenen, eventueel met iemand die goed ziet. 
  • Vertrek op tijd, zodat je rustig aan kunt doen. 
  • Vertrek op een rustig moment als dit kan en niet midden in de spits.
  • Misschien vind je het fijner om overdag te reizen in verband met daglicht of een veiliger gevoel. 
  • Misschien kies je ervoor één activiteit per dag te doen. 
  • Je kunt heen en terug kiezen voor een (regio)taxi of Valys. Je kunt ook heen met de Valys (je weet niet waar het is) en terug met OV of juist andersom. 
  • Een goede conditie maakt het op pad gaan gemakkelijker. Wandelen is een goede basis. Ga steeds iets verder. Zo vergroot je je zelfvertrouwen, uithoudingsvermogen en actieradius (maximale afstand).
‘Ik plan mijn reis en simuleer deze met de navigatie-app BlindSquare.’

‘Vanuit bekende routes breid ik mijn weg uit met GPS-punten als check.’

‘Ik ga vroeg genoeg op pad, ik download; plattegronden en zorg dat ik weet op welke tussenstations we stoppen.’

‘Ik regel van tevoren assistentie bij overstappen, ik gebruik oortjes en WeWalk navigatie.’

‘Ik leer de route via Google maps uit mijn hoofd, via Google Street View verken ik de omgeving: waar moet ik oversteken, hoe zien de kruispunten eruit?’

‘Ik heb het telefoonnummer van een taxibedrijf voor als het echt niet lukt. Die back up geeft mij zekerheid.’

‘Reizen, wandelen en bergsport zijn deel van mijn levenswijze. Zo blijf ik sterk en mobiel.’

Technologie

Bij het vinden van de weg in een onbekende omgeving, kan technologie een rol spelen en houvast bieden. Onder technologie verstaan we in dit geval apps op het gebied van navigatie, openbaar vervoer, oriëntatie en AI. Ze geven informatie over de omgeving, locatie en reis, zorgen voor minder foutlopen (routeplanning) en verhogen je zelfstandigheid. Misschien ben je heel handig met technologie, gebruik je de nieuwste snufjes en vertrouw je er blindelings op. Maar het kan natuurlijk ook dat je er minder gevoel voor hebt of alleen het hoognodige gebruikt.

Tips

  • Maak een ‘basisset’ met bijvoorbeeld een OV-app, navigatie- en oriëntatie-app. Deze set kun je desgewenst aanvullen en uitbouwen.
  • Zorg dat je op pad gaat met een volle telefoon en powerbank/oplader.
  • Wist je dat er een kompas zit op je telefoon? Handig wanneer je navigatie-app aangeeft: ‘vertrek in noordelijke richting’.
  • Als je een koptelefoon gebruikt, is het handig als je er één kiest met botgeleiding of draadloze nekband. Zo kun je het omgevingsgeluid blijven horen.
  • Zoek voor de meest actuele informatie op internet met zoektermen als: apps voor het OV, oriëntatieapp, route.

Netwerk

Positief
Je ouders, familie of vrienden (je netwerk) kunnen positief bijdragen bij het vinden van je weg in een onbekende omgeving. Je kunt samen nieuwe routes verkennen en informatie over plekken te weten komen (‘zo ziet het eruit’). Dit geeft vertrouwen om het vervolgens zelf te doen. Als het goed is, begeleiden ze zonder het van je over te nemen. Het is handig om afspraken te maken over contactmomenten. Zo vinden ze het misschien fijn als je even laat weten dat je aangekomen bent op de plaats van bestemming.

Remmend
Je netwerk kan ook remmend werken. Misschien zijn mensen te beschermend, begrijpen jouw keuzes niet, schrikken van risico’s, hebben geen vertrouwen, helpen te snel of ongevraagd. Dit belemmert jouw vrijheid om beslissingen te nemen (autonomie). Het is goed om dit bespreekbaar te maken op een rustige, open manier.

Rolmodel
Andere mensen met een visuele beperking kunnen een rolmodel of trainer zijn. Misschien ben jij dat uiteindelijk ook voor iemand die blind of slechtziend is.

Tips

  • Vertel familie en vrienden hoe belangrijk het is dat ze je de ruimte geven om te ontdekken. Hoe goed bedoeld ook, het is niet fijn als ze alles uit handen nemen. 
  • Leg duidelijk uit waarom je iets op een bepaalde manier aanpakt tijdens het oefenen naar meer zelfstandigheid.
  • Laat ze jouw tempo respecteren. 
  • Geef ze een kijkje in jouw wereld. Ze kunnen je vertrouwen.
‘Ik had het stoplicht niet gezien, maar wél gehoord dat er geen auto’s aankwamen’

‘Maak je los van overbescherming.’

‘Ik heb veel geleerd van andere blinde mensen.’

10 tips

1 Begin klein en bouw op.
2 Durf de eerste stap te zetten.
3 Bereid je voor, maar blijf flexibel.
4 Vraag beleefd en duidelijk om hulp.
5 Gebruik technologie slim en bewust.
6 Ontwikkel en onderhoud je mentale kaart.
7 Gebruik je netwerk als springplank.
8 Aanvaard dat fouten bij het proces horen.
9 Ken je sterke zintuigen en zet ze optimaal in.
10 Houd rekening met je energie en emoties.

Ofwel: gewoon gaan!

Geef je mening!