Overslaan en naar de inhoud gaan

Visuele veranderingen bij dementie: oorzaken en differentiaaldiagnosiek

Dit artikel is bestemd voor artsen en gedragswetenschappers. Je leest welke veranderingen in het visueel functioneren kunnen optreden bij mensen met een verstandelijke beperking en dementie. We beschrijven deze veranderingen bij verschillende vormen van dementie en gaan ook in op andere mogelijke verklaringen voor visuele veranderingen.

Het herkennen van dementie is bij mensen met een verstandelijke beperking om verschillende redenen vaak moeilijk. Voor alle vormen van dementie geldt dat een bestaande visuele beperking meer kan gaan opvallen. Dat komt doordat iemand de visuele beperking minder goed kan compenseren. Tegelijkertijd beïnvloeden een visuele beperking en dementie elkaar. Daardoor kan het lastig zijn om vast te stellen waardoor veranderingen in het zien ontstaan. 

Visuele veranderingen bij verschillende vormen van dementie

Ziekte van Alzheimer 

Bij de ziekte van Alzheimer gaat de gezichtsscherpte meestal niet direct achteruit. Wel ontstaan er beperkingen in de oogbewegingen, kleurwaarneming, dieptezien en selectieve visuele aandacht. Ook kan het functionele gezichtsveld kleiner worden, waarschijnlijk door een verminderde visuele aandacht. Hierdoor heeft de cliënt minder overzicht. Deze veranderingen kunnen de volgende gevolgen hebben;

  • angst bij hoogteverschillen of kleurverschillen in de ondergrond 
  • verstoring van het waarnemen van beweging; hierdoor is het lastig om in te schatten hoe snel iets beweegt 
  • afname van het vermogen om zelf te bewegen in de ruimte

Vasculaire dementie 

Deze vorm van dementie ontstaat door een storing in de bloedvoorziening in de hersenen. De symptomen hangen af van het hersengebied dat is beschadigd. Ook de visuele veranderingen kunnen daardoor verschillen. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van halfzijdige gezichtsvelduitval (hemianopsie) of verminderde aandacht voor de (meestal linker) helft van het gezichtsveld (neglect). Ook kunnen er problemen ontstaan bij het herkennen van voorwerpen, afbeeldingen of personen (visuele agnosie). 

Fronto-temporale dementie

Fronto-temporale dementie komt vaak voor bij jonge mensen. Er is dan vooral schade aan het voorste gedeelte van de hersenen. Dit leidt vaak tot veranderingen in persoonlijkheid en gedrag. Het geheugen blijft vaak wel vrij goed werken.  

Op visueel gebied kunnen ongecoördineerde oogbewegingen ontstaan. Cliënten kunnen daardoor bijzonder kijkgedrag hebben of ze kunnen hun blik niet meer richten.

Lewy Body en Parkinson 

Het moment van optreden van dementieverschijnselen bepaalt of er gesproken wordt over Lewy Body of Parkinson dementie. Kenmerkend voor deze vorm van dementie zijn sterke schommelingen in de achteruitgang van het verstandelijk functioneren.  

Ook de oogspieren kunnen aangedaan zijn. Scherpstellen op iets veraf of dichtbij (accommoderen) is dan moeilijk. Hierdoor ziet de cliënt minder scherp. Doordat de samenwerking tussen beide ogen niet goed verloopt, kunnen dubbelbeelden ontstaan.  

Ook kan de knipperfrequentie afnemen. Dat kan leiden tot droge en pijnlijke ogen, waardoor het moeilijker wordt om de omgeving te overzien. 

Bij het verwerken van visuele informatie is er vaak sprake van afname van het ruimtelijk inzicht. Dit kan leiden tot problemen met de oriëntatie en het inschatten van afstand en diepte. Soms hebben cliënten ook last van visuele hallucinaties, waardoor verwardheid kan ontstaan.

Posterieure corticale atrofie (PCA) 

Posterieure corticale atrofie (PCA) is een zeldzame vorm van dementie. Deze vorm is ook bekend als syndroom van Bálint of het syndroom van Benson. Deze ziekte tast als eerste het visuele vermogen aan. Iemand met PCA ziet daardoor dingen niet, herkent voorwerpen niet of kan dingen niet van elkaar onderscheiden.

Differentiaaldiagnostiek

Problemen in de visuele waarneming bij dementie kunnen ook een andere oorzaak hebben. Hieronder bespreken we een aantal differentiaaldiagnoses die vergelijkbare symptomen tonen. Het is van belang om deze differentiaaldiagnoses met betrekking tot de visus mee te nemen.

Normaal (visueel) verouderingsproces en oogaandoeningen 

Met het ouder worden neemt de kans op bepaalde visuele aandoeningen toe. Denk aan staar (troebel worden van ooglenzen), glaucoom (schade aan de oogzenuw door hoge oogdruk) en leeftijdsgebonden maculadegeneratie (slijtage van het centrale deel van het netvlies).

Onderzoek wijst daarnaast op een verband tussen staaroperaties en een lager risico op dementie. Uit een Amerikaans onderzoek uit 2022 blijkt dat mensen die een staaroperatie ondergingen, een ongeveer 30% lager relatief risico op dementie hadden dan mensen die niet werden geopereerd. Het onderzoek toont echter geen oorzakelijk verband aan (Lee et al., 2022).

Bij normale veroudering kunnen visuele functies zoals gezichtsscherpte, contrastzien, kleurenzien en dieptezien geleidelijk achteruitgaan. Ouderen hebben meer licht nodig om details te kunnen zien. Vanaf het 40e levensjaar worden de ooglenzen meestal minder flexibel. Het wordt dan steeds moeilijker om scherp te stellen voor dichtbij (accommoderen). Deze ‘ouderdomsverziendheid’ (presbyopie) is met een (lees)bril te corrigeren. Bij bepaalde syndromen komen accommodatie-problemen al op jongere leeftijd voor.

Syndroom van Charles Bonnet

Bij het syndroom van Charles Bonnet (CBS) ervaren mensen met een visuele beperking visuele hallucinaties. Dit syndroom komt voor bij verstandelijk gezonde mensen, die op latere leeftijd (vaak 65+) slechtziend of blind zijn geworden, bijvoorbeeld door maculadegeneratie.

Bronnen

Lee, C. S., Gibbons, L. E., Lee, A. Y., Yanagihara, R. T., Blazes, M. S., Lee, M. L., McCurry, S. M., Bowen, J. D., McCormick, W. C., Crane, P. K., & Larson, E. B. (2022). Association between cataract extraction and development of dementia. JAMA Internal Medicine, 182(2), 134–141. https://doi.org/10.1001/jamainternmed.2021.6990 

Geef je mening!